Hoe word je een schrijver?

Schrijver worden. Het is de droom van velen. Maar hoe word je nou eigenlijk een schrijver?

Dat is natuurlijk voor iedereen anders. Tips voor het schrijven van een roman en het vinden van een uitgever, vind je in de artikelen op deze site. Maar hoe ik zelf schrijver werd, dat lees je hier.

Ik zou wel een boek willen schrijven

Ik herinner me een autorit naar Italië. Mijn oudste, van inmiddels tien jaar, was nog een baby. Hij lag op de achterbank te slapen. Zo herinner ik het me, in werkelijkheid was het vast een heel gedoe om hem twaalf uur lang rustig te houden. Maar goed. Mijn man en ik zaten wat te kletsen en ineens hoorde ik mezelf zeggen: ik zou wel een boek willen schrijven. Ik vertelde hem waar ik over wilde schrijven en hij zei: moet je doen, dat kun jij. Ik vond het moeilijk dit te geloven en zo plotseling als ik erover begonnen was, hield ik er ook weer over op. 

Soms schreef ik wel, dan weer maanden niet, maar ik schreef altijd in stilte. Stiekem. Uitspreken dat je een boek wilt schrijven, sterker nog: dat je dat aan het doen bent, leek me een te groot risico. De kans was immers zo klein dat er aan het einde van de rit echt een voltooid manuscript zou zijn en dat een uitgever dit zou willen uitgeven en dat het dan op een dag in de winkels zou liggen. Ik kon het me niet voorstellen. 

Er verstreek wat tijd en langzaam maar zeker ontdekte ik dat ik het schrijven zo leuk vond, dat ik het een hobby durfde te noemen. Maar ik zei er altijd direct achteraan dat ik het alleen maar voor de lol deed, echt, er hoefde geen boek uit voort te komen… 

Big magic

Maar ik was rechter in opleiding, werkte fulltime, mijn man was intussen een bedrijf aan het opzetten en we kregen nog een kind en later nóg een. Tijd was schaars en tijd die schaars is besteed je niet gauw aan een hobby. Van schrijven kwam niet veel meer. Tot ik besloot me in te schrijven voor een opleiding aan de schrijversacademie, want ik had wel nog altijd die droom die ik aan niemand vertelde: ik wilde een boek schrijven. 

Iedereen die jonge kinderen heeft, of heeft gehad, weet hoeveel tijd je doorbrengt in een benauwd zwembad, wachtend tot de zwemles voorbij is. Ik besloot die tijd nuttig te besteden en maakte er een gewoonte van de boeken die ik moest lezen voor mijn schrijfopleiding, daar in die verloren uurtjes te lezen. Tijdens een van die momenten sloeg ik Big magic open van Elizabeth Gilbert, en daar stond het, zo simpel als wat: Hoe kun je van anderen verwachten dat ze jou serieus nemen, als je dat zelf niet doet?

Ik schreef nooit met pen in een boek, beschouwde het als een soort terrorisme, maar ik had geen potlood in mijn tas en deze regels voelden zo belangrijk dat ik ze omcirkelde, uitroeptekens plaatste in de kantlijn. Want ineens begreep ik dat het nooit wat ging worden. Niet op deze manier. Niet door te schrijven in stilte, door het een hobby te noemen en iedereen ervan te verzekeren, gevraagd of ongevraagd, dat ik echt niet wilde dat er op een dag een boek van mijn hand in de winkels zou liggen. Nee, echt niet.

Dat wilde ik namelijk wel! 

In de weken erna zei ik een keer voorzichtig tegen mijn moeder: ‘Ik ben een boek aan het schrijven.’ 

‘Wat leuk!’, zei zij, en: ‘Wat heb je nodig? Moet ik wat vaker komen oppassen?’

Ik vertelde het aan meer familieleden, wat vrienden, op een gegeven moment begon ik het zelfs aan mijn collega’s van de rechtbank op te biechten. En, verrassing: iedereen reageerde positief. Het verbaasde me hoeveel mensen zelf ook wat op te biechten hadden: zij schreven ook en hadden dezelfde droom. 

Manuscript naar uitgever sturen

Ik ging door met mijn coming out, deed iets wat ik tot dat moment nooit gedurfd had: ik stuurde mijn manuscript in wording op naar een manuscriptbeoordelaar. Enkele weken later ontving ik het terug per post, in de kantlijn krioelde het van het rood, maar waar ik had verwacht dat dit me uit het veld zou slaan, maakte het me juist enthousiast. Ik stond er niet meer alleen voor. Iemand anders, iemand met verstand van zaken nog wel, had mijn manuscript gelezen en haar best gedaan mij de benodigde aanwijzingen te geven om het beter te maken. 

De volgende stap: ik stuurde het manuscript naar uitgeverijen. Ik struinde de websites af, probeerde wijs te worden uit wat voor soort boeken zij uitgaven en argumenten te vinden voor in de bijbehorende brief: waarom mijn manuscript zo perfect in hun fonds paste.

Na een aantal maanden had ik van álle uitgeverijen die ik had aangeschreven een afwijzing binnen.  

In de jaren die volgden deed ik jaar na jaar hetzelfde: ik werkte aan het manuscript tot aan de zomervakantie, stuurde het in en vertrok met mijn gezin naar Italië. Het leidde me af van het wachten op weer een nieuwe reeks afwijzingen. 

Schrijfwedstrijden

Ondertussen deed ik ook mee aan schrijfwedstrijden, omdat ik ergens had gelezen dat ook dit een ingang kon opleveren bij een uitgeverij. Begin 2018 zag ik de oproep voor de Baarnse literatuurprijs. Het onderwerp, metamorfose, deed bij mij direct een vonkje ontstaan, ontbranden, oplaaien, totdat er iets minder dan 850 woorden op papier stonden. Woorden die mij de jury- en de publieksprijs opleverden en die me nog altijd dierbaar zijn. Zo dierbaar zelfs, dat ik in mijn debuutroman Het leven noemen, mezelf heb geplagieerd.

Mijn inzending in 2018 begon namelijk zo: ‘Narcissen. Haar moeders lievelingsbloemen. Ze heeft ze geplukt in het bos, ook al mag dat eigenlijk niet, en schikt ze in de stenen vaas die op de tuintafel staat. Ze begrijpt haar moeders voorkeur wel, ze zijn mooi helder geel, soms wat meer oranje, en kunnen stralen als de zon. Aan de andere kant zijn ze ook wel een beetje vreemd, met hun hoofd als een toeter en een puntige krans om de nek. Zorgvuldig dwingt ze de bloemen één voor één op hun plek in de vaas. De compositie moet goed zijn, haar moeder heeft een scherp oog voor zulke details. Ze verschuift het geheel wat naar de zijkant van de tafel, uit de schaduw, zodat de blaadjes het licht van de opkomende zon vangen. Ze haalt de mooie schelpen en stenen, die ze onderweg verzameld heeft, uit haar zak en legt ze in een cirkel rondom de vaas. Om en om: schelp en steen. Het puntje van haar tong piept uit haar mond. Ze verheugt zich op haar moeders blijdschap.’

In mijn debuut Het leven noemen, dat bijna drie jaar later uitkwam staat het zo: ‘Aan de achterkant van het huisje, in de luwte, is een klein terras. Vier simpele rieten stoelen en een tafel met een witmarmeren blad. Ik neem de verfbrem, de kruisbladgentiaan en de steenanjers die ik onderweg heb geplukt uit mijn rugtas en rangschik ze in de stenen vaas die op de tafel staat. Paars, roze, geel. Zorgvuldig dwing ik de bloemen een voor een op hun plek in de vaas. Ik verschuif het geheel wat naar de zijkant van de tafel, uit de schaduw, zodat de kleurige bloemblaadjes het licht van de ochtendzon vangen. Vervolgens haal ik de schelpen die ik vanochtend in alle vroegte heb verzameld uit mijn tas en leg ze rondom de vaas. Een bijzondere linksdraaiende fossiele schelp als blikvanger. Ik bewonder het resultaat.’

Het is niet geheel hetzelfde, maar het beeld van de stenen vaas met bloemen, de schelpen eromheen, in het licht van de ochtendzon, wilde ik graag in het boek hebben, als eerbetoon aan de prijs die mij het vertrouwen gaf dat ik schrijven kon, en dat mensen mijn schrijven mooi vonden. Mooi genoeg voor een prijs in ieder geval. 

Literair agent

Uiteindelijk vond ik een literair agent die vertrouwen had in mijn manuscript. Maar daarmee had ik nog altijd geen uitgever. Er gingen deuren open, dankzij die agent, maar een aantal sloten net zo goed weer: het aanbod was te groot, mijn schrijven was niet literair genoeg, het onderwerp te controversieel. Tot die ene dag in september 2020 dat ik aan tafel zat bij uitgeverij Spectrum, tegenover twee redacteuren die het wél zagen zitten. De deal werd snel gesloten: en niet voor één boek, maar voor twee maar liefst! Een jaar later, in augustus 2021, kwam mijn debuut Het leven noemen uit. En in juni van dit jaar volgde mijn tweede roman: Wees niet bang. Zo snel kan het kennelijk ineens gaan. Maar dat het niet vanzelf ging, mag duidelijk zijn. 

Inmiddels schrijf ik aan mijn derde boek. En het lukt me steeds beter om mezelf serieus te nemen en mijn eigen verhalen te waarderen. En ik weet nu: elke keer dat ik aan die tafel ga zitten en mijn ziel en zaligheid in woorden probeer te vatten: dat is schrijven, en het maakt van mij een schrijver. 

schrijfbureau