Personages voor de lezer

De personages (de protagonist, de antagonist en de bijfiguren) zijn de drijvende kracht achter verhalen. Een goed geschreven verhaal bevat geloofwaardige personages die iets meemaken en – belangrijker nog – een bepaalde ontwikkeling doormaken. Personages zijn ‘van’ de schrijver, maar ‘voor’ de lezer. Hoe zorg je ervoor dat de lezer je personage accepteert en misschien zelfs een beetje van hem of haar gaat houden? 

kijkje-in-het-hoofd-personage

Introduceer je personage bij de lezer

Het introduceren van je personage moet niet overkomen als een ‘infodump’. Wanneer je een nieuw personage introduceert, hoeft de lezer niet direct te weten waar hij vandaan komt, wat hij in zijn leven allemaal heeft meegemaakt en of hij kaas lust. Breng informatie geleidelijk en beperk dit tot datgene wat voor het verhaal van nut is. 

Ieder personage heeft een doel in het verhaal; personages zonder doel dolen maar wat rond en storen de lezer. Dit doel en het grotere geheel van het verhaal bepalen samen welke informatie over het personage wel of niet interessant is. Wanneer je gebruik hebt gemaakt van een vragenlijst om je personage te leren kennen, is het zeker niet de bedoeling om al deze informatie over het personage ook in het verhaal te gebruiken, simpelweg omdat je nu weet dat hij inderdaad van kaas houdt (Franse stinkkaas in het bijzonder).  

Geef een inkijkje in het hoofd van het personage

Het is lastig je in te leven in iemand die je niet begrijpt. Dit geldt in het ‘echte’ leven en zeker ook in verhalen. Om begrip te kweken bij de lezer, is het goed om emoties te laten zien. Maar doe dit met beleid. Iemand die altijd heel overdreven reageert, bij iedere tegenslag doet alsof de wereld vergaat, neem je al snel niet meer serieus. Iemand die geen enkele emotie toont kan evenmin op veel begrip rekenen. Het kan natuurlijk juist de bedoeling zijn om één van deze uitersten te kiezen. Doe dit dan wel bewust en geef dit heel zorgvuldig vorm; het risico dat je de lezer van je personage vervreemdt is namelijk zeer groot.  

Wanneer je personage een enigszins ‘normale’ belevingswereld heeft, waarin de lezer zich doorgaans zal kunnen inleven, neem de lezer dan mee in het hoofd van je personage. Hoe je dit doet, hangt af van het gekozen perspectief. Wanneer je een verhaal vertelt in de ik-vorm, is het relatief eenvoudig om de ‘ik’ te laten vertellen wat hij of zij voelt. Wat de overige personages denken of voelen, zal echter grotendeels in nevelen gehuld blijven. Wanneer je kiest voor een personaal perspectief, geldt grofweg hetzelfde. De ‘alwetende verteller’ kan in de hoofden van álle personages kijken, maar dit perspectief wordt tegenwoordig nog maar nauwelijks gebruikt.

Laat je personage iets meemaken

Een personage dat onderuit gezakt op de bank zit, te mijmeren over het leven, en dat een heel boek lang. Het kan natuurlijk, maar het zal heel lastig zijn de lezer geboeid te houden én met het personage mee te laten leven. Wanneer je personage iets meemaakt, het liefst iets heftigs (positief of negatief), dat maakt dat er beslissingen genomen moeten worden, het personage bij zichzelf te rade moet gaan – kortom, een ontwikkeling doormaakt – is de kans al een stuk groter dat de lezer meeleeft, misschien zelfs meebidt, in de hoop op een goede afloop.

Help de lezer personages uit elkaar te houden

Wanneer een verhaal meerdere personages kent, vraag je dan allereerst af of deze allemaal echt nodig zijn. Sommige personages komen tot je, ontwikkelen zich in je hoofd, je gaat van ze houden en dan… blijken ze overbodig. Kill your darlingsis dan het keiharde devies. Maar niet getreurd, je kunt je personage behouden (save your darlings): voor een volgend boek of verhaal. 

Wanneer je hebt geconcludeerd dat alle (resterende) personages het verhaal daadwerkelijk vooruithelpen en dus mogen blijven, is het nog zaak kritisch te bekijken of de personages wel voldoende verschillend zijn. Personages die te veel op elkaar lijken wat betreft namen en uiterlijke kenmerken werken verwarring bij de lezer in de hand. Personages die te veel op elkaar lijken qua karakters, maken een verhaal saai. Wanneer iedereen in een bepaalde situatie hetzelfde reageert, leidt dit zelden tot een verhaal dat de lezer bijblijft (nog los van de vraag of de lezer het verhaal uitleest). Maar wanneer een gebouw in brand staat en de één staat van paniek midden op straat te schreeuwen, terwijl een ander zonder nadenken naar binnen rent om een kind te redden, dan wordt het al interessanter. 

Vraag feedback

Na al die uren waarin jij als schrijver samen bent geweest met je personages, kan het lastig zijn nog objectief naar hen te kijken. Gedurende het gehele schrijfproces van een verhaal kan het nuttig zijn om feedback te vragen aan iemand die je vertrouwt. Het is ook mogelijk om gerichte feedback te vragen, in dit verband bijvoorbeeld: komt personage x geloofwaardig over?

Lees hier welke soorten personages er bestaan, lees je hier.