Zelfvertrouwen in schrijven

Ken je dat? Je doet niets liever dan schrijven. Uren besteed je eraan, je kunt minutenlang pielen om die ene zin nét dat beetje mooier te formuleren. En dan is het af. Klaar om aan de wereld (of: alleen aan je partner, of moeder) te tonen. Je leest het nog eens na, ditmaal door de ogen van die ander: de lezer.

Het schaamrood stijgt je naar de kaken. Je voelt je hart kloppen in je borstkas. Nee, dit is het niet. Het is niet goed. Het is niet goed genoeg. Je verfrommelt het papier, je smijt het in de (digitale) prullenbak. Herkenbaar?

Hoe voorkom je het gevoel dat wat je ook schrijft, het nooit goed genoeg is om aan de wereld te tonen? Simpel. Het sleutelwoord is negeren. 

Negeer De Ander

‘We don’t see things as they are, we see them as we are.’ Deze quote wordt toegeschreven aan Anaïs Nin en is vaak herhaald. Logisch, want eenieder die deze zin hoort of leest zal instinctief voelen dat het wáár is. We zien dingen niet zoals ze zijn, we zien ze zoals wij zélf zijn. Alles wat je hoort, leest, ziet, wordt door je hersenen verwerkt en hierdoor automatisch onderdeel van dat wat je allemaal eerder gehoord, gezien, gelezen hebt. Je hersenen plaatsen ieder stukje nieuwe informatie in de context van de schat aan ervaringen die je al hebt opgedaan. Hoe werkt dit in de praktijk uit?

Stel, je vertrouwt een goede vriendin toe dat je aan het schrijven bent en dat je graag gepubliceerd zou willen worden. Deze vriendin, die het beste met jou voor heeft, is het product van ouders die haar hele jeugd met minachting hebben gesproken over mensen met een creatief beroep. Zij zal, geprogrammeerd als zij door haar ouders is en vrijwel zonder nadenken, antwoorden dat de kans heel klein is dat dit je gaat lukken. En áls het al zou lukken, valt er toch geen droog brood mee te verdienen. Nee, begin er maar niet aan. 

Een andere vriendin dan. Je hebt het er nooit met elkaar over gehad, maar diep in haar hart had zij graag iets creatiefs willen gaan doen in plaats van de saaie kantoorbaan die ze nu heeft. Maar van kinds af aan heeft zij te horen gekregen dat zij hier onvoldoende talent voor heeft. Zij is zich misschien niet eens bewust van het feit dat zij vanuit een onderbuikgevoel, of misschien zelfs vanuit jaloezie spreekt, wanneer zij hartgrondig verkondigt: ‘Dat gaat je nooit lukken’. 

Of stel, je hebt al je moed verzameld en je laat iets van je schrijfsels lezen aan je partner. Hij of zij is stil, murmelt wat, kauwt er even op. Zegt dan: ‘Tja, schat, ik weet het niet hoor.’ De grond zakt onder je voeten vandaan. Je besluit nooit meer iets aan een ander te laten lezen, sterker: je besluit nooit meer iets te schrijven. Je vergeet even dat hij alleen maar kookboeken leest, of dat zij doorgaans niet verder komt dan de Margriet. 

‘We don’t see things as they are, we see them as we are’. Negeer De Ander. Negeer eenieder die jou probeert te vertellen dat het je niet gaat lukken, dat je het niet kunt. Negeer zelfs eenieder die niet van de daken schreeuwt dat als dit is wat je gelukkig maakt, dit is wat je moet doen! 

Het is niet verboden het te proberen, toch? 

Negeer de Ander

Negeer je innerlijke criticus

Ook jijzelf hebt ingesleten zinnetjes, misschien wel een met de paplepel ingegoten geloof dat je iets moet doen waar voldoende geld mee te verdienen valt. Je wilt tenslotte toch je eigen broek kunnen ophouden? Natuurlijk. Maar het een sluit het ander niet uit. Je hoeft je baan niet op te zeggen, je hoeft je gezin niet te verwaarlozen om dat boek te schrijven. Het enige wat je wel moet doen, is jezelf serieus genoeg nemen. Je moet je schrijven erkennen als iets dat belangrijk voor jou is. Belangrijk genoeg om tijd voor te reserveren, om andere dingen voor te laten. Zoals Elizabeth Gilbert zegt in haar boek Big Magic: Hoe kun je verwachten dat anderen jou serieus nemen, als je dat zelf niet doet?

Niet, zou ik zeggen. Stap 1 is dus jezelf serieus nemen. En een belangrijk onderdeel daarvan is de baas worden over je innerlijke criticus. Je weet wel, dat stemmetje in je hoofd (dat in toonhoogte en stemgeluid soms verbazingwekkend veel lijkt op de stem van je vader, moeder of een ander belangrijk persoon in je leven). Dat stemmetje dat zegt dat je het niet kunt, dat het allemaal troep is wat je schrijft. Bij lange na niet goed genoeg. Het gaat niets worden. Hou er gelijk maar mee op. 

De baas worden over je innerlijke criticus betekent die stem negeren wanneer je midden in je creatieve proces zit. Schijf wat je te schrijven hebt, kom in die flow! En als hij zich toch roert, herhaal dan in je hoofd als een mantra: ‘write it now, fix it later’. Het maakt niet uit hoe het op papier kom, áls het maar op het papier komt. Je kunt pas schaven aan een tekst, als er een tekst ís. Op een leeg vel papier, een maagdelijk wit Word-document staan geen darlings om te killen. Schrijven is schrappen, ja, maar het schrijven komt eerst. 

Wanneer eenmaal op papier staat wat jij vertellen wilt, dan is het raadzaam om wel kritisch naar je eigen werk te kijken. Maar let wel op dat je jezelf opbouwende kritiek geeft, zoals je het werk van een goede vriend of vriendin van feedback zou voorzien. 

Negeer niet iedereen 

Wanneer op papier staat wat jij te vertellen hebt, en wanneer je zelf met een kritische – maar rechtvaardige! – blik naar je eigen werk gekeken hebt, dan is het tijd om feedback van anderen te vragen. Dit is een belangrijke stap, tenminste, wanneer het jouw wens is dat je werk uitgegeven wordt. Wanneer je deze stap overslaat en besluit het direct in te sturen naar een uitgever of agentschap, dan is de kans groot dat er nog foutjes in staan. Jij hebt zo lang en hard gewerkt, dat jouw ogen fouten over het hoofd zien die anderen er gemakkelijk uithalen. Jouw hersenen kennen het verhaal – ze hebben het verzonnen! – en zijn daardoor in staat denkstappen te zetten op basis van de tekst, die in werkelijkheid niet op papier staan. Lacunes in het verhaal worden in jouw hoofd ingevuld of aangevuld, zonder dat je je dit bewust bent. Een ander zal dan ook mogelijk informatie missen en hierdoor het verhaal niet kunnen volgen. 

Een uitgever of agent die jouw manuscript onder ogen krijgt, zal dit al snel constateren. Het zijn immers zeer getrainde lezers. Het is natuurlijk mogelijk dat het verhaal voor het overige zo briljant in elkaar zit, dat je dit vergeven wordt. Maar de kans is vele malen groter dat de uitgever of agent het manuscript weglegt en je enige tijd later een afwijzingsbrief ontvangt. Zonde! 

Hoe kun je dit voorkomen? Verzamel een klein clubje vertrouwelingen. Zorg dat dit mensen zijn die het beste met jou voor hebben, maar die bereid zijn kritisch te lezen en jou van opbouwende feedback te voorzien. Het is vaak lastig deze mensen in eigen kring te vinden. Gelukkig kun je via (online) schrijfcursussen en werkgroepen aan dit soort feedback komen. Het grote voordeel is dat je in dit soort verbanden mensen treft die, net als jij, een passie voor schrijven hebben, maar die jou verder niet kennen. De feedback die je krijgt is op deze manier doorgaans zowel objectiever als effectiever.

Wanneer je de opbouwende kritiek van anderen ontvangen en (voor zover je het ermee eens bent) verwerkt hebt, kun je nog overwegen een professionele manuscriptbeoordeling aan te vragen. Op internet zijn tal van aanbieders te vinden. Zorg dat je een aanbieder vindt die bij jou en je werk past. Sommigen zijn zelf auteurs met meerdere boeken op hun naam, anderen onderscheiden zich door snel te kunnen leveren, of een gunstig tarief te hanteren. Vaak krijg je een leesrapport en een (telefonisch) gesprek na afloop. Neem de adviezen die je krijgt ter harte. Wanneer je het met tips of wijzigingsvoorstellen niet eens bent, kauw er even op. Misschien dat hij of zij bij nader inzien toch een punt heeft. En als je het er écht niet mee eens bent, dan is ook hier het sleutelwoord: negeren.

Want uiteindelijk ben jij de schrijver. Jij bepaalt. 

Jij bent de schrijver

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *